Home » Schaduwzijde

De schaduwzijde

De schaduwzijde..... Bittere randjes, duistere gevoelens, nare gebeurtenissen. We kennen ze allemaal wel. Ze houden ons bezig, misschien wel meer dan de leuke dingen. Raar eigenlijk. Hoe komt het toch, dat we meer opgeslokt worden door de nare i.p.v. de leuke dingen. Is dit de angst die regeert en ons laat focussen op juist dat wat we niet willen? Of hebben we ons er in vastgebeten omdat we er op de één of andere manier van af willen komen? Het houdt ons in ieder geval bezig. De schaduwzijde is ook het ongeziene en vaak gevreesd. Soms vinden we het stiekem ook heel spannend. Wat is daar en wat is het? Wil het wat van me en kan het wat met me? Tenslotte ook nog het duistere van ons eigen ik. Hetgeen een stuk van jezelf is. Hetgeen we verborgen willen houden of de mindere of sombere trekjes van ons ik. Troost je we kennen en hebben het allemaal. Hieronder een aantal van mijn schaduwgevechten. Troost u maar dat dit niet de uwe zijn, of misschien leest u herkenning en kunt u er een beetje steun uit halen.

 


 

De schaduw die zich tellen laat

Droge stille tranen
ongelezen en ongehoord
ze laten zich verdoemd niet lezen
er helpt dan ook geen enkel woord

het snapt geen troost
van goedbedoelde hints
die de bron van het zeer nimmer raken
dit vervloekte gemis
zal ik onzichtbaar blijven dragen

en hoe hard ik ook mijn best zou doen
de kern aan te reiken
waarschijnlijk zou geen mens
mijn wanhopige drang begrijpen

ik ben gestopt met zoeken
het lijkt een rode draad
moet ik leren mij te voegen
naar de schaduw die zich tellen laat

 


De schaduw

 

Ik schater luid het gruis
van lang verteerde zure brokken
smalend lacht de naklank
van in een diepe put gezonken droefheid
slechts met weemoed denkt het terug aan mij

 

Ik mompel venijn en kaats zijn echo van gedachten
terug in de brij van vergetelheid
het grommelt na met zwaarvermoeide zuchten
Ik haal mijn schouders op en staak mijn vluchten
Ach, die komt toch wel weer voorbij



 

Leven in mist

Het woord sprak niet meer
gestorven was de echo
waar geen sterveling
nog oren had voor haar verhaal

 

Stilte nam bezit van haar
bekroop haar lendenen
tot het zwaar
en diep zich ingesloten wist

 

Zij zag, zij was
de zwijgzame ziener
los van verwijt, verloren in tijd
dood noch leven bracht haar respijt

 


 

Stuurloos in de schaduw

 

Het lijkt of duister haar heeft gevangen
treurnis verglijdt in een blinde vlek
ze laat haar schouders weerloos hangen
haar leven sluipt geruisloos weg

 

lijdzaam torst haar koude bed
waar nacht de dag nooit in zal halen
haar dromen heeft ze weggelegd
die zouden immers toch maar falen

 

hoop draagt angst voor wat niet komt
dus kijkt ze liever maar niet verder
en wat ze eerder al niet vond
Ach, verzucht ze...laat mij maar

 

stuurloos in de schaduw

 


 

Koekoek

Nee hij praat niet
in het duister
nog nooit een fluistering gehoord
zijn adem kruipt
waar het niet gaan kan
maar geen zuchtje dat me stoort

 

Ik gaf een stoel
een kopje koffie
maar dat bleef onaangeroerd
hij volgt mij echt in alles
voel me steeds bekoekeloerd
een stalker toont geen charmes

 

Alleen zwart nacht
zie ik geen sporen
lijkt hij even weg
schaduw tussen de oren
gaat hij praten heb je pech
dan ben je werkelijk verloren

die schaduw kent zijn eigen weg

 


 

Als de duisternis roept

 

Grimmig klopt hij in mijn diepste aderen
vult de kamers in mijn hart
Ik voel zijn boze dwarsheid naderen
een zware deken van trieste smart

 

Wee, de barse diepe tonen
onaangekondigd, zonder enig pardon
probeert mijn blijheid weg te honen
driftig spel van een sluwe demon

 

Ik wapen mij met diepe rust
tot schimmen in een droom verdwaald
de barsheid vredig heeft gesust
en duisternis heeft ingehaald

 


 

Het is goed zo

 

Ik vang glimpen van de liefde
leef de schaduw van de nacht
dans weg wat mij ooit griefde
neem één trede van de macht

 

zet één voet in eenzaamheid
de ander in verlangen
Ik raak mijzelf een beetje kwijt
maar laat mij ook weer vangen

 

Ik zie de boom uit het grote bos
en lief de druppels uit het meer
ik maak mij van het grote los
maar weet nooit wanneer