Home » Seizoenen

De seizoenen

De seizoenen van het jaar. Ik hoop in de zomer op warmte, veel, heel veel zon en maximale stranddagen. In de winter hoop ik op meters sneeuw en ijs op de sloten. De lente mag mij belonen met prachtige voorjaarsbloemen en de eerste zonnestralen. De herfst is voor mij bovenal romantisch met zijn prachtige roestbruine kleuren. Jassen nat aan de kapstok en dan samen aan de warme choco voor de haard. Heerlijk genieten. Toch zijn wij echte Nederlanders en wij klagen. Vooral over het weer! In de zomer puffen en zuchten wij dat het veel te heet is. Hangen we levenloos over de bank onze zweetdruppels na te staren. Of we klagen dat het toch echt weer geen zomer is, geen zonnetje te vinden. Echte winters kennen we nog nauwelijks, maar hebben we er één, dan is het ook niet goed.  Sneeuw op de wegen en onze scheurijzers moeten zich gedragen als ingeslapen brommobielen en dat vinden wij niet fijn! Nee, wij willen met snelheid over het asfalt jagen. Niet als een stel slakken over een grindpad. Tijd hè, weer die tijd. Toegegeven als wij slak zijn, haalt die ons snel in. Alle gekheid op een stokje. Ik houd van de seizoenen. Of het nu regent, vriest of bloedheet is. Ik houd van die afwisseling en heb dat ook nodig geloof ik. De seizoenen zijn in ieder geval een goede bron voor het schrijven van gedichten. Geniet ervan zou ik zeggen.

 

 


Het voelt al winters

Nog verlang ik naar mijn warme bed
terwijl het wintervlagen huivert
om mijn net ontwaakte lijf
ondeugend trekt hij koude sporen
door de kieren van mijn jas
en ademt mij blozend rood

Liefkozend streelt het licht van een lantaarn
het duister uit de dode straat
waar het leven nog even wachten laat
Ik trap de traagheid uit mijn oude fiets
opdat mijn benen de koude niet verstaan
Er daagt al winter in de dag

 

 


Zomerkriebels

 

Ritmisch gonzen bijen
rond hun zoet verlangen
klinken als hymnen
in een zwoele nacht
goud streelt zacht mijn wangen
en ademt warm zijn lach

 

Het gras vrijt kopjes aan mijn benen
kriebelt vlinders uit mijn buik
vluchtig als de wolken
drijven gedachten ver vooruit
de zon voorziet geen zorgen
loom rek ik mij languit

 


Kikkerland

 

De zomer druppelt
plassen op de velden
jassen aan de haken
bikini in de kast

 

kon hij mijn
benen niet verdragen
witter dan de stranden
grauw van al het nat?

 

Het miezert
tranen op de ramen
van heimwee naar de dagen
waar zon het land aanbad

 


Alleen het moment

 

De dagtoorts wierp
zijn gouden stralen
waar uit de grauwe einder
zijn laatste druppels traanden

 

enkel aanschouwing
niet bewust te maken
een omsloten moment
in een vredig soort waken

 

verdronken in het zicht
vergat ik al wat was
het ego ontwricht
verregend in een plas

 


 

Deugdige  ondeugd

 

Kriebels krullen in mijn tenen
lachen rimpels in de plooi
ik draag de warmte in mijn schenen
onschuld ligt geheel ten prooi

 

Ondeugend bengelende blote benen
bovenuit het hoge gras
jouw billen net nog niet verdwenen
ik wilde dat het altijd zomer was

 

 


winterpret

 

Snerpend koud giert om rode konen
fluit liedjes om de huizen heen
laat zich met witte schijn belonen
pure reinheid in bruikleen

 

Spichtig kale vingertakken
gretig reikend naar het wolkenwit
om zich daarna te verpakken
in een mantel met een nieuwe snit

 

Zijn ijzige adem beroert mijn lichaam
dringt tot in mijn botten door
en als ik mij weer op wil warmen
heb ik daar mijn liefje voor

 

 


Hoor de stilte

 

Fijne pareltjes in ragfijne lijnen
melodieus druppelend in driekwartsmaat
lijken de harmonie te verfijnen
als een waterplas in klank opgaat

 

Stilte heeft nog zoveel noten
komt en gaat in stil ritmiek
in vredig luisteren word je overgoten
met betoverend helende muziek

 

Ik vlij mij met gesloten ogen
in deze nocturne vol melancholie
de wereld toont zijn mededogen
als ik eventjes niet verder zie

 

 


Zonnedans

 

Hij glinstert in mijn ogen
en zindert op mijn huid
het grauwe is vervlogen
Ik koester mij voluit!

 

Ik wieg mee op de stralen
dans de noten van mijn lied
hier kan ik in verdwalen
genot in volle eerbied

 


Duivels weer

 

Engelen huilen, de duivel grijnst
duistere tranen versomberen het hart
waar de hoop in koude terugdeinst
het licht wordt langzaam zwart

 

Honend lacht de satanse donder
en klinkt als echo in het weerlicht door
de zomerzon kreunt lijdzaam onder
en laat geen enkel lichtend spoor

 

Spaar uw lijden, bescherm uw hart
begraaf u niet ten onder
tegenslag brengt enkel smart
als u niet gelooft in een nieuw wonder

 

 


Tijdloos genieten

Loom, lui en langzaam
nippend aan mijn glas
Zwoele zomeravond
zelfs morgen is wat was

 

Alles mag passeren
Ik ben er nu niet bij
in mijn verworven zaligheid
geniet maar mee met mij!

 

 


In het licht van Kerst

In spiegels van zilver en wit parelmoer
kleuren lichtjes van hoop en kracht
lange nachten zijn op hun retour
vernieuwing ontwaakt enkel zacht

 

In fier gevederde groene armen
koestert het hart van mededoogzaamheid
verwachtingsvol blijft hij verwarmen
wacht rustig af en voert geen strijd

 

Uit klanken van duizenden kelen
fluistert de zin van barmhartigheid
de roep om vrede van zovelen
gebracht in de bezieling van deze tijd